logo
Bel nu voor een oriënterend gesprek: 088 - 936 63 00 call-to-action

Willens en wetens niet verzorgen, mishandeling?

Het is een stevige uitspraak, afkomstig van dr. Gert-Jan van der Putten. Bewust formuleert hij de prikkelende stelling, om zorgprofessionals na te laten denken over goede mondzorg bij hulpbehoevende ouderen, of liever: de consequenties van het ontbreken daaraan. De specialist ouderengeneeskunde promoveerde in 2011 op een onderzoek naar mondzorg, dat hij een potentiële geriatrische reus noemt. Samen met MondZorgPlus ijvert hij voor structurele mondzorg en een goede mondverzorging voor kwetsbare ouderen.

Hoe raakte u zo betrokken bij het onderwerp ‘mondzorg’?
‘Na mijn studie geneeskunde volgde ik de opleiding tot verpleeghuisarts; tegenwoordig heet dat het specialisme ouderengeneeskunde. Intussen was ik al werkzaam in verpleeghuis Amstelhof (dat inmiddels is verbouwd tot museum, de Hermitage Amsterdam). Daar kwam ik in contact met verpleeghuistandarts Ad van Andel. Hij tipte me om eens in de monden van bewoners te kijken. En eerlijk, ik schrok er enorm van. Ik vroeg me af of het normaal was dat tanden en monden er zó slecht uitzagen. Helaas was dat het geval, in nagenoeg alle verpleeghuizen in ons land, aldus Ad van Andel. Ik verbaasde me erover dat er bij multidisciplinair overleg allerlei behandelaars aanwezig waren, van logopedist tot fysiotherapeut, maar géén tandarts. Voor mijn opleiding moest ik een scriptie schrijven en ik besloot me te verdiepen in droge monden bij kwetsbare ouderen in verpleeghuizen.’

Welke problemen doen zich veel voor?
‘Het blijkt dat zeker de helft van verpleeghuisbewoners een droge mond heeft. Bij vrouwen van 80 jaar en ouder loopt dat op tot wel tachtig procent. Bij veel verpleeghuisbewoners wordt het echter niet gesignaleerd. Een droge mond kan tot veel problemen leiden. Naast het vervelende gevoel, is je smaak verminderd en kun je zelfs problemen krijgen met slikken en praten. Met het verminderen van speekselproductie verdwijnt ook de bufferende werking die speeksel heeft. Bij ouderen heeft het al heel snel ingrijpende gevolgen, helemaal als er niet (goed) wordt gepoetst. Al binnen enkele maanden kunnen gezonde tanden en kiezen zodanig worden aangetast door wortelcariës dat ze afbreken. En daar ben je dan je hele leven zuinig op geweest.’

Heeft slechte mondzorg naast tandproblemen nog meer gevolgen?
‘Jazeker, het heeft een grote negatieve invloed op de algehele gezondheid. Steeds meer wordt duidelijk dat je ziek kunt worden van een slechte mondgezondheid. Anderzijds hebben veel aandoeningen ook weer invloed op de mondgezondheid. Ook de eetlust vermindert als je toch niets proeft of een nare smaak in je mond hebt. Mensen gaan moeilijker eten en kauwen als ze pijnklachten hebben. Ondervoeding ligt dan op de loer. Maar liefst 1 op de 4 verpleeghuisbewoners in Europa is ondervoed. Die cijfers zijn al tien jaar gelijk, ondanks dat er nieuwe richtlijnen zijn uitgezet en er beleid is geschreven. Maar, gek genoeg staat tot op heden weinig mensen stil bij een slechte mondgezondheid als mogelijke oorzaak van ondervoeding.’

‘Een slechte mondhygiëne heeft een enorme negatieve invloed op de kwaliteit van leven. Het is onzichtbaar vuil, maar het zorgt voor een vervelende ademgeur. Dat vinden we in het sociale verkeer vervelend, maar het onderwerp is moeilijk bespreekbaar. Liever gaan we contact dan maar uit de weg. Met sociale uitsluiting als gevolg. Zo geven kinderen en/of kleinkinderen opa of oma geen kusje meer vanwege de vervelende ademgeur.’

‘Een verwaarloosde mondgezondheid kan zelfs levensgevaarlijk zijn. Een onbehandeld wondje in de mond kan bij ouderen namelijk vrij gemakkelijk een longontsteking veroorzaken en longontstekingen zijn doodsoorzaak nummer 3 in verpleeghuizen. Je kunt dus doodgaan aan de gevolgen van slechte mondzorg.’

Hoe komt het dat mondzorg voor kwetsbare ouderen zo weinig aandacht krijgt?
‘Uiteraard heb ik me afgevraagd ‘hoe kan het zijn dat er niet of nauwelijks wordt gepoetst?’. Ik heb samen met mijn Vlaamse tandartscollega Luc De Visschere ruim 80 verzorgenden in Nederland en Vlaanderen over dit onderwerp geïnterviewd – de uitkomsten zijn nog niet gepubliceerd – om erachter te komen wat ze er zo lastig aan vinden. Er zijn meerdere redenen te noemen:
• verzorgenden vinden het eng en te intiem;
• verzorgenden vinden het vies. Speeksel en braaksel vindt men viezer dan urine en ontlasting;
• verzorgenden weten niet goed hoe ze de mond en/of gebitsprothese moeten verzorgen;
• als de oudere niet wil, staken verzorgenden al snel de poging tot poetsen;
• onder tijdsdruk sneuvelt de tijd die aan de tanden moet worden besteed. Als het over veranderingen in de zorg gaat, gaat het altijd over tijd. Maar, mondzorg is gewoon basiszorg!
• verzorgenden weten niet wat het belang is van goede mondzorg.’

Gebrek aan mondzorg is ouderenmishandeling.. is het echt zo erg?
‘Het frustreert me dat het nog steeds zo slecht gesteld is met de aandacht voor goede mondhygiëne in zorginstellingen. Al in 2007 hebben verpleeghuizen zich uitgesproken om zich te houden aan de richtlijn ‘Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten van verpleeghuizen’. De Inspectie voor de Gezondheidszorg ziet erop toe, maar in praktijk komt er nog maar weinig van terecht. Reden dat ik de link naar ouderenmishandeling leg, is omdat ik betrokken ben bij het meldpunt Ouderenmishandeling vanuit de KNMT (Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde). Ontspoorde zorg kan óók een vorm van mishandeling zijn. Een tandarts die een zwaar verwaarloosd gebit te zien krijgt van een verpleeghuisbewoner zou daar melding van moeten doen. Als je kwetsbare ouderen willens en wetens goede mondzorg onthoudt, voldoe je simpelweg niet aan de eisen van goede basiszorg.’

Hoe nu verder?
‘Het behoud van een goede mondgezondheid gedurende het gehele leven – levensloopbestendige
mondzorg noem ik dat – is dus erg belangrijk; het draagt bij aan een goede algemene gezondheid en kwaliteit van leven. Mijn onderzoek liet niet alleen zien dat het slecht gesteld is met de mondgezondheid in verpleeghuizen, maar toonde ook aan dat de mondgezondheid van verpleegbewoners sterk kan worden verbeterd door implementatie van de Richtlijn Mondzorg en door scholing en begeleiding van verzorgenden. Samen met MondZorgPlus is dit implementatieplan verder ontwikkeld en helpen we zorginstellingen zoals verzorgings- en verpleeghuizen de mondzorg voor hun bewoners te verbeteren. Daarnaast zijn we constant op zoek naar innovatieve oplossingen die tandartsen, verzorgende en /of de ouderen zelf helpen de mondzorg te verbeteren.’

Dr. Gert-Jan van der Putten (1960) studeerde Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en volgde de opleiding tot verpleeghuisarts (thans specialist ouderengeneeskunde) aan de Vrije Universiteit. In 2011 promoveerde hij met zijn proefschrift ‘Poor oral health, a potential new geriatric giant. Significant oral health (care) issues in frail older people’. Download hier het proefschrift (pdf). Ten tijde van zijn promotieonderzoek kwam Gert-Jan van der Putten in contact met Corné de Bruijn, oprichter van MondZorgPlus. Samen delen we onze zorg voor structurele mondzorg voor kwetsbare ouderen, om te komen tot levensbestendige duurzame mondzorg.

Heeft u naar aanleiding van dit interview vragen?
Neemt u dan contact op met MondZorgPlus, telefoon +31 (0)162 – 67 70 76 of mail: info@mondzorgplus.nl

Bron: Interview dr. Gert-Jan van der Putten

Top