logo
Bel nu voor een oriënterend gesprek: 088 - 936 63 00 call-to-action

‘Trek al mijn tanden maar, als ik word opgenomen in een verpleeghuis!’

Deze reactie krijg ik weleens na een presentatie, als ik middels foto’s van verpleeghuisbewoners heb laten zien wat de gevolgen kunnen zijn van een slechte mondhygiëne. Er wordt dan met ongeloof gereageerd: dat er in veel verpleeghuizen (nog steeds) slecht wordt gepoetst..! Soms is er ook begrip. Er is te weinig tijd om de tanden goed te poetsen. Alle bezuinigingen die van overheidswege worden opgelegd, helpen zeker niet mee. Tsja, dan maar euthanasie van het gebit!

Is dat erg? Is het extraheren van alle (resterende) gebitselementen en het aanmeten van een gebitsprothese geen goede optie? Anders dan tegenwoordig kregen veel van onze ouderen al op jonge leeftijd een volledige gebitsprothese. Een gebitsprothese werd zelfs weleens als een huwelijksgeschenk gezien! Het kersverse echtpaar werd daarmee immers aanzienlijke tandartskosten bespaard, zo was de redenering.

Ongemak of pijn door gebitsprothese
De laatste jaren komt er echter steeds meer wetenschappelijk bewijs dat het verlies van gebitselementen en het dragen van een gebitsprothese negatieve gevolgen kan hebben. Meerdere wetenschappelijke onderzoeken tonen aan dat het voedingspatroon en de voedingsgewoonten van mensen met een gebitsprothese anders zijn dan van mensen zonder gebitsprothese. Uit gegevens – verkregen uit de Landelijke Prevalentie Zorgproblemen (LPZ) – blijkt dat in 2013 75% van de verpleeghuisbewoners niet alles konden eten vanwege problemen aan het gebit. Als je het ouderen vraagt, lijkt het of ze met hun prothese alles kunnen eten. Als we specifieke vragen stellen, zoals ‘kunt u ook pinda’s eten?’, dan wordt echter vaak ontkennend geantwoord. Het bijten in een appel gaat minder makkelijk en er blijven vaak etensresten onder de gebitsprothese zitten, wat als vervelend wordt ervaren. Ongemak of pijn tijdens het eten wordt eveneens vaak als probleem genoemd. Het komt dan ook weleens voor dat de gebitsprothese tijdens het eten wordt uitgedaan of dat de voedingsconsistentie wordt aangepast.

Verminderd kauwvermogen
Naast eerder genoemde problemen gaat het kauwvermogen achteruit. Met als gevolg dat voedingsdeficiënties kunnen ontstaan omdat bepaald soort (hard) eten, waaronder fruit, niet meer of minder vaak worden gegeten. Niet alleen verhoogt het hebben van een gebitsprothese de kans op het verkrijgen van voedingsdeficiënties, ook is aangetoond dat er een verhoogde kans is op ondervoeding, ongewenst gewichtsverlies, slikproblemen en verminderde werking van het geheugen. Recent onderzoek toont aan dat niet alleen het kauwvermogen van invloed kan zijn op de werking van het geheugen, maar ook dat sommige voedingsmiddelen een positieve of een negatieve bijdrage kunnen leveren aan de werking van het geheugen. De eerste publicaties dat het verlies van gebitselementen geassocieerd wordt met een kortere levensverwachting stammen uit het begin van deze eeuw. Echter, steeds meer goed uitgevoerd onderzoeken laten dezelfde resultaten zien.

Het ’s nachts inhouden van de gebitprothese blijkt ook niet zo‘n verstandige keuze te zijn. In een recent onderzoek waar ruim 500 ouderen met een gemiddelde leeftijd van 88 jaar en een volledige gebitsprothese waren geïncludeerd, werd de onderzoeksgroep gerandomiseerd in een groep die de gebitsprothese ’s nachts inhield en een groep die de gebitsprothese ’s nachts niet droeg. De twee onderzoeksgroepen kwam qua typering overeen en hadden beiden dezelfde mate van mondhygiëne. De groep die de gebitsprothese ’s nachts inhield, had een bijna 2,5 maal grotere kans op het verkrijgen van een longontsteking. Bij ouderen is een longontsteking een belangrijke doodsoorzaak. Het ’s nachts inhouden van een gebitsprothese verhoogt dus de kans op overlijden als gevolg van een longontsteking.

Invloed op mobiliteit
En alsof dat allemaal nog niet ernstig genoeg is, toonden resultaten van recent uitgevoerd onderzoek aan dat het dragen van een gebitsprothese de mobiliteit en balans negatief beïnvloeden. Voor dit onderzoek werd een groep van circa 100 vitale ouderen verdeeld in twee groepen: een groep met meer dan 20 gebitselementen en een groep met een volledige gebitsprothese. De groep met gebitselementen hadden een significante betere loopsnelheid en balans ten opzichte van de groep met een gebitsprothese. In de groep met een gebitprothese is tevens onderzocht of het uitmaakt of de gebitsprothese tijdens de metingen in- of uit werd gelaten. Er werd geen verschil gemeten.

Gelukkig zijn er ook voordelen aan een gebitsprothese. Het poetsen van een gebitsprothese is een stuk gemakkelijker dan het poetsen van de gebitselementen. Echter, uit bovenstaande blijkt dat een gebitsprothese nooit een vervanging kan en mag zijn van de natuurlijke gebitselementen. Gestreefd moet dus worden naar het zo lang en zoveel mogelijk behouden van elementen. Een goede mondhygiëne, ook in het verpleeghuis, is daarvoor bittere noodzaak. Wanneer het poetsen niet goed genoeg gebeurt, heeft dat veelal tot gevolg dat een tandarts in korte tijd heel veel gebitselementen bij een verpleeghuisbewoner moet extraheren. Dit met veel negatieve gevolgen voor de verpleeghuisbewoner. En dat kan nooit de bedoeling zijn!

Dr. Gert-Jan van der Putten is specialist Ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg. Hij is verbonden aan Amaris Gooizicht in Hilversum, Senior onderzoeker Radboud Universiteit, Tandheelkunde faculteit, sectie Orale functieleer en lid onderwijscommissie en docent opleiding tandarts-geriatrie, Stichting Bijzondere Tandheelkunde Amsterdam.
Lees hier een eerdere column die hij voor MondZorgPlus schreef.

Top