De richtlijn Mondproblemen en slikstoornissen in de palliatieve fase is begin 2025 vernieuwd. Hoe kunnen zorgverleners, mondzorgprofessionals en naasten samen zorgen voor comfort, hygiëne en waardigheid in de laatste levensfase?
In de MondzorgPodcast delen Ellen de Nijs, verpleegkundig specialist palliatieve zorg bij het Expertisecentrum Palliatieve Zorg, LUMC en Carlijn Donderwinkel-Veldhuis, manager Kwaliteit en Veiligheid bij Pro-Da Mondzorg, hun kennis en ervaring.
De drie fases in palliatieve zorg
In de palliatieve zorg draait het om kwaliteit van leven en in de stervensfase om kwaliteit van sterven. Ellen benadrukt hoe belangrijk het is om de verschillende fases duidelijk te onderscheiden. “Hoe dichter we bij het overlijden komen, hoe meer de zorg gericht is op comfort en minder op interventies met langetermijneffect.”
- Palliatieve fase: gericht op comfort en kwaliteit van leven bij mensen met een ongeneeslijke ziekte.
- Terminale fase: de laatste weken tot maanden van het leven.
- Stervensfase: de laatste dagen, waarin het doel verschuift naar rust en waardigheid.
Vernieuwde richtlijn voor mondzorg in de laatste levensfase
De richtlijn ‘Mondproblemen en slikstoornissen in de palliatieve fase’ biedt zorgverleners concrete handvatten. De eerdere versie dateert van tien jaar geleden en is nu volledig geactualiseerd met recente literatuur en praktijkervaring.
Carlijn: “We hebben meer aandacht gegeven aan preventieve voorlichting, droge mond en het gebruik van mondspoelmiddelen. De richtlijn helpt zorgverleners keuzes te maken, bijvoorbeeld welk middel geschikt is in de palliatieve of juist in de terminale fase.”
Ook het thema droge mond is verder uitgewerkt. Ellen vertelt: “Er wordt nu onderscheid gemaakt tussen mensen die geen speeksel meer produceren en mensen die wel speeksel produceren maar een droog gevoel ervaren. Dat vraagt om verschillende benaderingen.”
De richtlijn is beschikbaar via PalliaWeb.nl en samengevat in de PalliArts-app.

Hoe signaleer je mondproblemen?
Signaleren begint vaak met kleine observaties en het stellen van gerichte vragen. Mondklachten worden namelijk zelden spontaan genoemd. Veel cliënten praten wel over pijn of vermoeidheid, maar niet over hun mond. Daarom is het belangrijk om hier actief naar te vragen en mondzorg bewust onderdeel te maken van de dagelijkse aandacht.
Bij cliënten met dementie of een verstandelijke beperking is goed kijken extra belangrijk. “Als iemand slecht eet of drinkt, kan dat duiden op pijn in de mond,” vult Carlijn aan. Een uitgebreide inspectie hoeft daarbij niet altijd. Ellen benadrukt dat eenvoudige handelingen vaak voldoende zijn: “Even vragen of iemand de tong wil uitsteken of kort in de mond kijken is vaak al genoeg om te zien of er iets speelt.”
Een schone mond blijft de basis. Met kleine, haalbare handelingen kun je veel klachten voorkomen. Toch lukt het in de dagelijkse zorg niet altijd om hier voldoende tijd voor te maken. Bewustwording helpt om mondzorg, juist in deze fase, structureel aandacht te geven.
Mondzorg in de stervensfase
In de stervensfase verschuift de aandacht van behandelen naar comfort. Het gaat niet meer om ingrepen, maar om verlichting van ongemak. Carlijn legt uit: “Je wilt dat iemand in deze laatste dagen geen pijn of droog gevoel in de mond heeft. Als poetsen niet meer lukt, kun je met kleine handelingen, zoals voorzichtig reinigen met een gaasje of de mond vochtig houden, al veel betekenen.”
Ellen vult aan: “Het gaat om comfort op het moment zelf, niet meer om morgen of overmorgen. Het vochtig houden van de mond en het insmeren van de lippen geeft vaak direct verlichting. Bovendien zijn het waardevolle momenten van nabijheid: naasten vinden het fijn om dit te doen, het is een betekenisvolle manier om iets te kunnen bijdragen.”
Wanneer iemand weerstand laat zien, vraagt dat om zorgvuldigheid. Ellen: “In deze fase gaat het er niet om dat iets per se lukt, maar dat het goed voelt voor de cliënt.”
Goede mondzorg vraagt om samenwerking
Goede mondzorg in de palliatieve en stervensfase vraagt om samenwerking tussen verschillende disciplines. In de richtlijn is dan ook veel aandacht voor de rol van de specialist ouderengeneeskunde, verpleegkundig specialisten, logopedisten, diëtisten en mondzorgprofessionals. “Het gaat erom dat iedereen weet wat hij kan bijdragen,” zegt Ellen. “Of het nu gaat om medicatie, voeding of dagelijkse verzorging. Je doet het samen.”
Ook familie en naasten spelen hierin een belangrijke rol. Carlijn: “Zij kunnen helpen met kleine, betekenisvolle handelingen zoals het vochtig houden van de mond of het poetsen van de tanden. We geven ze graag uitleg en begeleiding, zodat ze zich zeker voelen in wat ze doen.”
Zowel MondzorgPlus als Pro-Da ondersteunen zorgteams met scholing, coaching on the job en trainingen over mondzorg in de palliatieve fase. “Vraag naar mondklachten, kijk in de mond en weet dat elke kleine handeling verschil maakt,” besluit Ellen. Carlijn vult aan: “Lukt het vandaag niet, dan is er morgen weer een dag.”
Luister op Spotify
Benieuwd naar het hele gesprek met Ellen en Carlijn? Luister de aflevering ‘Mondzorg in de laatste levensfase’ van de MondzorgPodcast via Spotify. Daar vind je ook eerdere afleveringen terug. Volg ons en blijf als eerste op de hoogte van nieuwe afleveringen.