Goede mondzorg blijft ook in de palliatieve fase belangrijk. Niet omdat genezing centraal staat, maar omdat een gezonde mond bijdraagt aan comfort en kwaliteit van leven. Mondproblemen, zoals een droge mond, pijn of slikproblemen, kunnen eten, drinken en spreken bemoeilijken en veel ongemak veroorzaken.
Als zorgmedewerker zie je de cliënt dagelijks en ben je vaak als eerste degene die veranderingen in de mond opmerkt. Door tijdig te signaleren en passende mondzorg te bieden, kun je veel betekenen voor het comfort van de cliënt. De richtlijn ‘Mondproblemen en slikstoornissen in de palliatieve fase’ beschrijft een praktische aanpak in drie stappen: signaleren, beslissen en handelen. In dit artikel lees je hoe je deze stappen toepast in de dagelijkse zorg.

Waar let je op?
Veel cliënten vertellen niet uit zichzelf dat zij mondklachten hebben. Daarom is het belangrijk om tijdens de dagelijkse verzorging ook de mond te observeren. Vraag ook regelmatig of de cliënt klachten ervaart. Een eenvoudige vraag als “Heeft u last van uw mond?” kan al veel informatie opleveren, omdat cliënten mondklachten niet altijd uit zichzelf benoemen.
Let bijvoorbeeld op:
- een droge of plakkerige mond;
- pijn of een branderig gevoel;
- witte aanslag;
- wondjes;
- rood of bloedend tandvlees;
- slechte adem;
- moeite met kauwen of slikken;
- een gebitsprothese die niet goed meer zit
Wanneer overleg je?
Herken je één of meer van de signalen hierboven? Dan is het belangrijk om de mondzorg af te stemmen op de klachten en de situatie van de cliënt. Vaak kun je zelf al veel doen om het comfort te verbeteren. Blijven klachten bestaan of nemen ze toe, overleg dan met een arts of mondzorgprofessional.
Schakel in ieder geval hulp in wanneer:
- De cliënt aanhoudende pijn heeft
- Je witte aanslag of een schimmelinfectie vermoedt
- Wondjes niet genezen
- Slikproblemen toenemen
- De cliënt niet meer wil of kan meewerken aan de mondzorg
- Je twijfelt over de juiste aanpak
Wat kun je zelf doen?
Vaak zijn het juist de kleine handelingen die het verschil maken. Door de mond dagelijks zorgvuldig te verzorgen, kun je klachten helpen voorkomen of verlichten. Kijk daarbij altijd naar wat de cliënt nog zelf kan en wil doen. Soms is een uitgebreide poetsbeurt te belastend en is een korte, zachte mondverzorging op dat moment passender. Het belangrijkste is dat de mond schoon en comfortabel blijft.
Dagelijkse mondverzorging
Poets de tanden of het gebit met een zachte tandenborstel en reinig een eventuele prothese dagelijks. Is poetsen niet meer goed mogelijk, dan kun je de mond voorzichtig reinigen met een vochtig gaasje.
Droge mond
Een droge mond is één van de meest voorkomende mondproblemen in de palliatieve fase. Regelmatig bevochtigen helpt vaak om het comfort van de cliënt te verbeteren. Gebruik hiervoor kleine slokjes water, een mondspray, gel of een nat gaasje. Vergeet ook de lippen niet; een lippenbalsem helpt uitdroging voorkomen.
Samen zorgen voor comfort
Goede mondzorg is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Door veranderingen in de mond tijdig te bespreken met collega’s, de arts of een mondzorgprofessional kan passende zorg op tijd worden ingezet. Ook familie en mantelzorgers kunnen bijdragen aan de dagelijkse mondverzorging. Door samen aandacht te houden voor de mond, lever je een waardevolle bijdrage aan wat in de palliatieve fase centraal staat: comfort, waardigheid en kwaliteit van leven.
Praktische hulpmiddelen
Gebruik onze praktische hulpmiddelen als ondersteuning bij mondzorg in de palliatieve fase.