logo
Bel nu voor een oriënterend gesprek: 088 - 936 63 00 call-to-action

Mondgezondheid van ouderen: de tand des tijds

MondZorgPlus werkt nauw samen met autoriteiten op het gebied van gerondontologie, waaronder prof.em.dr. Rob Schaub (emeritus hoogleraar Tandheelkundige Zorgverlening aan het Universitair Medisch Centrum Groningen). Op ons verzoek zet hij uiteen welke afwegingen een tandarts-geriatrie moet maken. Het resulteerde in een interessante serie van drie artikelen waarin prof.em.dr. Rob Schaub zijn inzichten deelt. Deel 1 bieden we u hierbij aan:

Mondgezondheid van ouderen: de tand des tijds
De mondzorg voor de (kwetsbare) oudere wordt in de eerste plaats bepaald door de status van de mondgezondheid. Uit allerlei onderzoek en ook uit de ervaring van alledag blijkt dat deze doorgaans niet goed is. Karakteristiek zijn veel (grote) vullingen, meer of minder uitgebreid kroon- en brugwerk en gedeeltelijke of volledige kunstgebitten. Ook zien we afgebroken tanden en kiezen, uitgebroken vullingen, niet meer passende protheses, tanden die los gaan staan. Dat leidt tot functionele problemen voor de oudere zelf en voor zijn/haar omgeving. Een loszittend kunstgebit of een losgekomen brug maakt kauwen en dus eten moeilijker. Niet zozeer de gevolgen (zoals cariës) van dagelijks gedrag (voeding, mondhygiëne) staan centraal in de mondgezondheid. Een algemene oorzaak is veroudering, oftewel ‘de tand des tijds’.

Gebitsschade door de jaren heen
Veroudering is een ‘normaal’, fysiologisch proces, maar is ook een gevolg van de cumulatie van schade gedurende een mensenleven. Om met het laatste te beginnen. De ouderen van dit moment hebben de ‘cariës-epidemie’ in de periode 1920-1970 meegemaakt. Zij kregen veel gaatjes. Ter vergelijking: in de jaren ‘60 had een gemiddelde twaalfjarige zo’n 12 gaatjes en/of vullingen, nu is dat er 1! 12 Gaatjes, met als gevolg pijn en pijnlijke behandelingen, verlies van tanden en kiezen. Een deel van deze mensen heeft, mede door de beperkte financiële middelen, gekozen voor het volledige kunstgebit. Zij hebben hun kunstgebit inmiddels vele jaren. En ook al is het in de loop van de jaren vervangen, er is inmiddels sprake van ‘slinkende’ kaakwallen, waardoor houvast van de prothese moeilijker wordt. Wie eigen tanden en kiezen wel wist te behouden, ervaart nu dat vullingen en kronen het begeven. Ook gedeeltelijke kunstgebitten verliezen hun houvast. In de loop der jaren zijn er steeds meer en grotere reparaties van de schade geweest: een cumulatie van schade. Niet zelden is er veel geld en energie gespendeerd aan het herstel van gebitsproblemen.

Bescherming neemt af
Veroudering brengt tal van fysiologische aspecten met zich mee. Zoals het minder elastisch worden van tandbeen. In combinatie met grote vullingen leidt dat tot het afbreken van tanden of kiezen. De speekselvloed verandert nogal eens, mede door medicijngebruik, in volume en samenstelling. Daardoor neemt de beschermende werking van speeksel op tandvlees en tandglazuur, maar ook blootliggende tandhalzen, af. In combinatie met afnemende kauwkrachten en afname van het zelfreinigend vermogen van wangen, tong en lippen omdat de spierkracht afneemt, leidt dat bovendien tot het lang in de mond achterblijven van voedsel. In de loop van de jaren cumuleert ook de schade aan tandvlees en kaakbot. Het eerst zichtbaar is dat door terugtrekkend tandvlees, waardoor grote ruimtes tussen tanden ontstaan. Daar blijft voedsel achter, waardoor ontsteking van tandvlees – wat vaak erg pijnlijk is – een kans krijgt. Cariës kan ook voortschrijden, vooral in de spleten tussen tandweefsel en vulmateriaal en op de voor cariës kwetsbare en door terugtrekkend tandvlees blootliggende tandhalzen. Samen met het brosser wordende tandbeen leidt dat tot breuk van tanden, vooral van de fragiele ondertanden. Met het ouder worden, wordt bovendien de noodzakelijke mondhygiëne moeilijker uitvoerbaar.

Gewenning
De tand des tijds werkt ook enigszins in het ‘voordeel’. Het brosser worden van tandbeen is een gevolg van het ‘dichtslibben’ van de kanaaltjes en holten in tanden en kiezen, waar zenuwweefsel en bloedvaten zitten. Dat trekt zich terug en sterft af, zodat kiespijn en gevoelige tandhalzen weinig voorkomen. Zelfs niet als er iets afbreekt. Eventuele ontstekingen aan de wortelpunt verlopen trager en blijven chronisch (en onopgemerkt). Een positief aspect is ook de aanpassing aan de langzaam achteruitgaande mondgezondheid. Men went aan het los gaan zitten van het kunstgebit en aan de vermindering van het aantal functionele tanden en kiezen. Helaas is de waarneming dat bij toenemen van kwetsbaarheid het aanpassingsvermogen abrupt tot een einde kan komen. Met alle mogelijke gevolgen van dien. De mondzorg voor ouderen vereist daarom nauwkeurige diagnostiek en een goed overzicht van de (on)mogelijkheden van behandeling.

In de volgende nieuwsbrief van MondZorgPlus leest u deel 2 in deze driedelige serie: ‘Mondzorg voor ouderen: een zaak van praktisch improviseren en compassie’. Ontvangen? Meld u zich dan aan voor onze nieuwsbrief door een mail te sturen aan info@mondzorgplus.nl.

Over prof.em.dr. Rob Schaub
Prof.em.dr. Rob Schaub was tot 2011 hoogleraar. Tandheelkundige Zorgverlening aan het Universitair Medisch Centrum Groningen en is oud-voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie. Vanaf 1996 blies hij de opleiding Tandheelkunde nieuw leven in, nadat die in 1987 werd opgeheven. In combinatie met de opleiding Mondzorgkunde kwam de studie weer tot bloei. Hij zette zich daarbij speciaal in voor de mondverzorging van dak- en thuislozen en ouderen in zorgcentra. Na zijn pensioen werkte hij tot januari jl. als tandarts-geriatrie voor zorginstellingen in Haren (GN) en Noord-Drenthe.

Top