logo
Bel nu voor een oriënterend gesprek: 088 - 936 63 00 call-to-action

Langer en gezonder leven door behoud van tanden en kiezen

MondZorgPlus werkt nauw samen met autoriteiten op het gebied van gerondontologie, waaronder dr. Gert-Jan van der Putten, specialist ouderengeneeskunde, kaderarts palliatieve zorg. Op ons verzoek bracht hij op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur* in kaart wat de mogelijke gevolgen zijn van het verlies van gebitselementen op de levensverwachting bij (kwetsbare) ouderen.

(* inclusief bronverwijzingen)

Langer en gezonder leven door behoud van tanden en kiezen

De stijgende levensverwachting betekent voor (mond)zorgverleners dat het doel van een levensloopbestendige mondgezondheid bij hun patiënten een steeds grotere uitdaging wordt. Immers, veroudering op zichzelf is geen reden tot verlies van gebitselementen. Gedurende het leven worden de mondgezondheid en algemene gezondheid echter op verschillende manieren bedreigd, waardoor er gebitselementen verloren kunnen gaan en mensen lang of kortdurend ziek kunnen worden. In de internationale literatuur is de laatste decennia steeds meer aandacht voor de mogelijke relatie tussen mondgezondheid en algemene gezondheid. Sommige studies suggereren zelfs dat er een associatie bestaat tussen het aantal gebitselementen en levensduur.

De eerste resultaten komen van een Fins onderzoek uit de jaren ‘90 van de vorige eeuw. Bij alle inwoners van 80 jaar en ouder van Jyvaskyla werden de mondgezondheid en de mortaliteit 10 jaar gevolgd. Er werd geconcludeerd dat naarmate een individu meer (gerestaureerde) gebitselementen had de kans om binnen 10 jaar te overlijden kleiner was, ook wanneer er rekening werd gehouden met andere gezondheidsfactoren zoals het aantal aanwezige chronische aandoeningen [1].

Later werden door een aantal Scandinavische en Japanse onderzoekers associaties gevonden tussen het verlies van gebitselementen en een verhoogd risico op vroegtijdig overlijden binnen 5 of 7 jaar [2-4]. Andere onderzoekers vonden ook soortgelijke resultaten. Echter, wanneer er werd gecorrigeerd voor factoren als andere aanwezige (mond)aandoeningen, sociaal-economische klasse en leefgewoonten, verdween de significantie [5, 6]. Het doel van dit artikel is op basis van de beschikbare wetenschappelijke literatuur in kaart te brengen wat de mogelijke gevolgen zijn van het verlies van gebitselementen op de levensverwachting bij (kwetsbare) ouderen.

Relatie tot algemene gezondheid

Een adequate mondhygiëne is belangrijk voor het behoud van gebitselementen en algemene gezondheid. De laatste decennia zijn er veel onderzoeksresultaten verschenen die een associatie suggereren tussen parodontale aandoeningen en verschillende lichamelijke aandoeningen. Zo zijn er relaties beschreven tussen parodontale aandoeningen enerzijds en longaandoeningen (longontstekingen, COPD), beroertes, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, alzheimer dementie, reumatische artritis, psoriasis, inflammatoire aandoeningen, metabool syndroom, pancreascarcinoom, nierziekten, levercirrose en zelfs slaapstoornissen anderzijds [7-40]. Een probleem van al deze studies is dat er geen duidelijk causaal verband werd aangetoond en dat er veel verstorende factoren een rol kunnen spelen die de gevonden resultaten kunnen beïnvloeden.

Anderzijds is aangetoond dat mensen met neurologische (dementie, beroerte, Parkinson, Huntington, Down), psychiatrische en systemische aandoeningen (diabetes mellitus, Sjögren) om andere redenen een slechte mondgezondheid hebben, wat leidt tot een verhoogde kans op het verlies van gebitselementen [27, 41-43]. Ook een ongezonde levensstijl – zoals roken, suikerrijke voeding en obesitas – dragen bij aan een verhoogde kans op het ontwikkelen van een slechte mond- en algemene gezondheid. Wel is duidelijk dat de genoemde ongezonde gewoontes en van vrijwel alle genoemde aandoeningen causaal is aangetoond dat de levensduur van mensen die één of meer van deze aandoeningen hebben, korter is dan van mensen die die aandoeningen niet hebben.

 Verlies gebitselementen

(Wortel)cariës en parodontale aandoeningen zijn belangrijke oorzaken van het verlies van gebitselementen bij ouderen. Iedere mondzorgverlener wordt vroeg of laat geconfronteerd met de problematiek van een patiënt wiens dentitie door cariës en/of parodontale aandoeningen dermate is aangetast dat extractie van de resterende gebitselementen de enige zinvolle behandeling is. Directe indicaties zoals pijn, medische redenen (bron van infecties), zeer vieze mondgeur (halitosis) door ontstekingen, esthetische klachten en slechte kauwfunctie, maar ook indirecte indicaties zoals verwaarlozing van dentitie en lage sociaal-economische status kunnen een dergelijk ingrijpende behandeling noodzakelijk maken. Na extractie van de resterende gebitselementen kan een gebitsprothese worden vervaardigd. Geschat wordt dat in Nederland ongeveer drie miljoen mensen een volledige gebitsprothese (VP) dragen. Door de opkomst van de implantologie is het gemakkelijker geworden de gebitsprothese betere retentie te geven. Een implantaat gedragen gebitsprothese geeft over het algemeen een betere (kauw)functie en hogere aan de mondgezondheid gerelateerde kwaliteit van leven dan een conventionele gebitsprothese [44, 45].

Voor het behoud van een oraal implantaat is een goede mondhygiëne noodzakelijk. Echter, voor veel (kwetsbare) ouderen of hun verzorgers is het moeilijk om ingewikkelde prothetische constructies en orale implantaten goed schoon te houden. Wanneer implantaten niet goed worden schoongehouden, kan peri-implantitis ((tandvlees-)ontsteking rondom het implantaat) ontstaan, wat kan leiden tot verlies van de implantaten. Daarbij is het nog maar de vraag of een nieuwe gebitsprothese kan worden aangemeten en of die dan ook weer kan worden geaccepteerd door een kwetsbare oudere. Bekend is dat het vervaardigen en accepteren van een nieuwe gebitsprothese bij kwetsbare ouderen met dementie vaak tot teleurstellingen leidt. Wat de andere mogelijke gevolgen zijn van peri-implantitis op de algemene gezondheid en/of levensduur is (nog) niet bekend.

Gevolgen gebitsprothese

Mensen met een gebitsprothese hebben een verminderde smaak en verminderde kauwfunctie en meer moeite met praten en slikken [46-48]. Het verminderd kauwvermogen kan nog eens worden verergerd wanneer er sprake is van krachtsverlies van de (kauw)spieren als gevolg van de veroudering en/of aanwezigheid van sarcopenie [49]. Sarcopenie wordt gekenmerkt door een leeftijdgerelateerde afname van spierkracht en spiermassa. De primaire factor is veroudering, maar er zijn ook duidelijke relaties met (in)activiteit, voeding en ziekte. Door verlies van spierkracht is kauwen voor veel ouderen – en helemaal voor diegene met sarcopenie – topsport geworden. Het kauwen van eten kost meer energie en tijd dan bij jongere leeftijdsgroepen of bij ouderen zonder sarcopenie. Als gevolg van een verminderd kauwvermogen is het vaak nodig het voedingspatroon en de consistentie van het voedsel aan te passen. Bepaalde voedingsproducten worden niet meer gegeten (zoals fruit en noten), broodkorsten worden verwijderd en de consistentie van een warme maaltijd wordt aangepast, zodat er minder gekauwd hoeft te worden en gemakkelijk kan worden doorgeslikt. Slikproblemen door de veroudering (presbyfagie) en/of als gevolg van neurologische aandoeningen (dysfagie) en/of (’s nachts) dragen van een VP en/of een dysfagie als gevolg van een onvoldoende speekselsecretie door bijwerkingen van medicatie, maken dat de kans op het krijgen van een longontsteking, voedingsdeficiënties en ondervoeding en dus vervroegd overlijden bij ouderen extra wordt vergroot [50-55].

Werking van het geheugen

Aangetoond is dat een goede kauwfunctie bijdraagt aan het in stand houden of verbeteren van de voedingstoestand [56-63]. Vrij recent werd door een aantal onderzoekers gesuggereerd dat edentate mensen een slechtere (romp)balans hebben en daarmee een verhoogde kans op vallen [46, 64]. Een val bij ouderen heeft, vooral wanneer er sprake is van osteoporose, vaak een fractuur tot gevolg. De meest voorkomende fracturen bij ouderen zijn wervelfracturen, polsfracturen en heupfracturen, waarbij vooral de laatste bij kwetsbare ouderen een hoge morbiditeit en mortaliteit heeft [65].

Als gevolg van de aanpassingen van de voeding gaat het kauwvermogen meer achteruit, hetgeen volgens sommige onderzoekers een negatief effect op de werking van het geheugen kan hebben [66-70]. Echter, een recent uitgevoerde systematische review van de literatuur naar de mogelijke relatie tussen mondgezondheid en cognitie laat zien dat het (nog) niet duidelijk is of het aantal gebitselementen en een verminderd kauwvermogen ook daadwerkelijk geassocieerd is met de werking van het geheugen [71]. Een mogelijke verklaring is dat wanneer het (objectieve) kauwvermogen afneemt, het aantal kauwcycli en dus de duur van het kauwen toeneemt voordat een voedselbrok kan worden doorgeslikt. Dit zou mogelijk betekenen dat verlies van kauwfunctie geen negatieve gevolgen hoeft te hebben voor de werking van het brein. Meer onderzoek is dan ook nodig om te onderzoeken wat de mogelijke effecten zijn van verlies van gebitselementen op de werking van het brein.

Waardigheid

Het is van belang dat zoveel mogelijk gezonde gebitselementen met een adequate functionaliteit zolang als mogelijk behouden blijven. Verlies van gebitselementen verhoogt de kans op eerder overlijden, niet direct maar door indirecte gevolgen. Een goede mondgezondheid en het zo lang als mogelijk behoud van gebitselementen (levensloopbestendige mondgezondheid) draagt dus bij aan een betere levenskwaliteit maar ook aan een langer leven en gezond ouder worden. Dat laatste behoeft bij kwetsbare ouderen die als gevolg van een toenemende zorgafhankelijkheid zijn opgenomen in een zorginstelling niet het primaire doel te zijn. Behoud van een goede kauwfunctie en esthetiek blijft echter belangrijk, ook in de laatste (palliatieve) fase. In een recent uitgevoerd onderzoek gaven ouderen zelf aan hun tanden en kiezen zo lang mogelijk te willen behouden, ook als zij zorgafhankelijk en/of dement zouden worden en in het verpleeghuis zouden worden opgenomen. Familieleden geven vaak aan dat ze het vreselijk vinden als hun partner, vader of moeder geen gebitsprothese (meer) draagt omdat dit ten koste gaat van de waardigheid van de persoon in kwestie. Zowel goed verzorgde tanden en kiezen als een goed verzorgde gebitsprothese dragen bij aan iemands ‘waardigheid’. Omdat het aantal dentate ouderen, hun levensverwachting en de complexiteit van hun mondsituatie in de komende jaren zal toenemen, vereist dit veel aandacht en zorg van de ouderen zelf en hun mantelzorgers, maar ook van hun professionele (mond)zorgverleners zowel in de thuissituatie als in zorginstellingen.

Literatuur

  1. Hamalainen P, Meurman JH, Keskinen M, Heikkinen E: Relationship between dental health and 10-year mortality in a cohort of community-dwelling elderly people. Eur J Oral Sci 2003, 111(4):291-296.
  2. Ando A, Tanno K, Ohsawa M, Onoda T, Sakata K, Tanaka F, Makita S, Nakamura M, Omama S, Ogasawara K et al: Associations of number of teeth with risks for all-cause mortality and cause-specific mortality in middle-aged and elderly men in the northern part of Japan: the Iwate-KENCO study. Community Dent Oral Epidemiol 2014, 42(4):358-365.
  3. Hirotomi T, Yoshihara A, Ogawa H, Miyazaki H: Number of teeth and 5-year mortality in an elderly population. Community Dent Oral Epidemiol 2015, 43(3):226-231.
  4. Osterberg T, Carlsson GE, Sundh V, Steen B: Number of teeth–a predictor of mortality in the elderly? A population study in three Nordic localities. Acta Odontol Scand 2007, 65(6):335-340.
  5. Iinuma T, Arai Y, Takayama M, Abe Y, Ito T, Kondo Y, Hirose N, Gionhaku N: Association between maximum occlusal force and 3-year all-cause mortality in community-dwelling elderly people. BMC Oral Health 2016, 16(1):82.
  6. Kim JK, Baker LA, Davarian S, Crimmins E: Oral health problems and mortality. J Dent Sci 2013, 8(2).
  7. Ahola K, Saarinen A, Kuuliala A, Leirisalo-Repo M, Murtomaa H, Meurman JH: Impact of rheumatic diseases on oral health and quality of life. Oral Dis 2015, 21(3):342-348.
  8. Bain S, Davies R: Physical signs for the general dental practitioner. Case 104. Psoriasis. Dent Update 2013, 40(5):429.
  9. Brito F, de Barros FC, Zaltman C, Carvalho AT, Carneiro AJ, Fischer RG, Gustafsson A, Figueredo CM: Prevalence of periodontitis and DMFT index in patients with Crohn’s disease and ulcerative colitis. J Clin Periodontol 2008, 35(6):555-560.
  10. Carra MC, Schmitt A, Thomas F, Danchin N, Pannier B, Bouchard P: Sleep disorders and oral health: a cross-sectional study. Clin Oral Investig 2016.
  11. Cullinan MP, Ford PJ, Seymour GJ: Periodontal disease and systemic health: current status. Aust Dent J 2009, 54 Suppl 1:S62-69.
  12. Cullinan MP, Seymour GJ: Periodontal disease and systemic illness: will the evidence ever be enough? Periodontol 2000 2013, 62(1):271-286.
  13. Fadel HT, Flytstrom I, Calander AM, Bergbrant IM, Heijl L, Birkhed D: Profiles of dental caries and periodontal disease in individuals with or without psoriasis. J Periodontol 2013, 84(4):477-485.
  14. Flemmig TF, Shanahan F, Miyasaki KT: Prevalence and severity of periodontal disease in patients with inflammatory bowel disease. J Clin Periodontol 1991, 18(9):690-697.
  15. Furuta M, Liu A, Shinagawa T, Takeuchi K, Takeshita T, Shimazaki Y, Yamashita Y: Tooth loss and metabolic syndrome in middle-aged Japanese adults. J Clin Periodontol 2016, 43(6):482-491.
  16. Garton BJ, Ford PJ: Root caries and diabetes: risk assessing to improve oral and systemic health outcomes. Aust Dent J 2012, 57(2):114-122.
  17. Gronkjaer LL: Periodontal disease and liver cirrhosis: A systematic review. SAGE Open Med 2015, 3:2050312115601122.
  18. Henke C, Budweiser S, Jorres RA: Lung function and associations with multiple dimensions of dental health: a prospective observational cross-sectional study. BMC Res Notes 2016, 9:274.
  19. Irani FC, Wassall RR, Preshaw PM: Impact of periodontal status on oral health-related quality of life in patients with and without type 2 diabetes. J Dent 2015, 43(5):506-511.
  20. Jaiswal GR, Jain VK, Dhodapkar SV, Kumathalli KI, Kumar R, Nemawat A, Jain A: Impact of Bariatric Surgery and Diet Modification on Periodontal Status: A Six Month Cohort Study. J Clin Diagn Res 2015, 9(9):ZC43-45.
  21. Joshy G, Arora M, Korda RJ, Chalmers J, Banks E: Is poor oral health a risk marker for incident cardiovascular disease hospitalisation and all-cause mortality? Findings from 172 630 participants from the prospective 45 and Up Study. BMJ Open 2016, 6(8):e012386.
  22. Kamer AR, Pirraglia E, Tsui W, Rusinek H, Vallabhajosula S, Mosconi L, Yi L, McHugh P, Craig RG, Svetcov S et al: Periodontal disease associates with higher brain amyloid load in normal elderly. Neurobiol Aging 2015, 36(2):627-633.
  23. Keller A, Rohde JF, Raymond K, Heitmann BL: Association between periodontal disease and overweight and obesity: a systematic review. J Periodontol 2015, 86(6):766-776.
  24. Kellesarian SV, Kellesarian TV, Ros Malignaggi V, Al-Askar M, Ghanem A, Malmstrom H, Javed F: Association Between Periodontal Disease and Erectile Dysfunction: A Systematic Review. Am J Mens Health 2016.
  25. Kwok C, McIntyre A, Janzen S, Mays R, Teasell R: Oral care post stroke: a scoping review. J Oral Rehabil 2015, 42(1):65-74.
  26. Lalla E, Papapanou PN: Diabetes mellitus and periodontitis: a tale of two common interrelated diseases. Nat Rev Endocrinol 2011, 7(12):738-748.
  27. Linden GJ, Lyons A, Scannapieco FA: Periodontal systemic associations: review of the evidence. J Periodontol 2013, 84(4 Suppl):S8-S19.
  28. Noble JM, Scarmeas N, Papapanou PN: Poor oral health as a chronic, potentially modifiable dementia risk factor: review of the literature. Curr Neurol Neurosci Rep 2013, 13(10):384.
  29. Olsen I, Singhrao SK: Can oral infection be a risk factor for Alzheimer’s disease? J Oral Microbiol 2015, 7:29143.
  30. Pendyala G, Joshi S, Chaudhari S, Gandhage D: Links demystified: Periodontitis and cancer. Dent Res J (Isfahan) 2013, 10(6):704-712.
  31. Rivera R, Andriankaja OM, Perez CM, Joshipura K: Relationship between periodontal disease and asthma among overweight/obese adults. J Clin Periodontol 2016, 43(7):566-571.
  32. Sharma A, Raman A, Pradeep AR: Association of chronic periodontitis and psoriasis: periodontal status with severity of psoriasis. Oral Dis 2015, 21(3):314-319.
  33. Singh A, Gupta A, Peres MA, Watt RG, Tsakos G, Mathur MR: Association between tooth loss and hypertension among a primarily rural middle aged and older Indian adult population. J Public Health Dent 2016, 76(3):198-205.
  34. Suvan JE, Petrie A, Nibali L, Darbar U, Rakmanee T, Donos N, D’Aiuto F: Association between overweight/obesity and increased risk of periodontitis. J Clin Periodontol 2015.
  35. Taguchi A, Miki M, Muto A, Kubokawa K, Migita K, Higashi Y, Yoshinari N: Association between oral health and the risk of lacunar infarction in Japanese adults. Gerontology 2013, 59(6):499-506.
  36. Wahid A, Chaudhry S, Ehsan A, Butt S, Ali Khan A: Bidirectional Relationship between Chronic Kidney Disease & Periodontal Disease. Pak J Med Sci 2013, 29(1):211-215.
  37. Warren KR, Postolache TT, Groer ME, Pinjari O, Kelly DL, Reynolds MA: Role of chronic stress and depression in periodontal diseases. Periodontol 2000 2014, 64(1):127-138.
  38. Yin W, Ludvigsson JF, Liu Z, Roosaar A, Axell T, Ye W: Inverse Association Between Poor Oral Health and Inflammatory Bowel Diseases. Clin Gastroenterol Hepatol 2016.
  39. Yoshihara A, Iwasaki M, Miyazaki H, Nakamura K: Bidirectional relationship between renal function and periodontal disease in older Japanese women. J Clin Periodontol 2016, 43(9):720-726.
  40. Yu YH, Chasman DI, Buring JE, Rose L, Ridker PM: Cardiovascular risks associated with incident and prevalent periodontal disease. J Clin Periodontol 2015, 42(1):21-28.
  41. Delwel S, Binnekade TT, Perez RS, Hertogh CM, Scherder EJ, Lobbezoo F: Oral health and orofacial pain in older people with dementia: a systematic review with focus on dental hard tissues. Clin Oral Investig 2016.
  42. Gil-Montoya JA, de Mello AL, Barrios R, Gonzalez-Moles MA, Bravo M: Oral health in the elderly patient and its impact on general well-being: a nonsystematic review. Clin Interv Aging 2015, 10:461-467.
  43. Kisely S, Sawyer E, Siskind D, Lalloo R: The oral health of people with anxiety and depressive disorders – a systematic review and meta-analysis. J Affect Disord 2016, 200:119-132.
  44. Batisse C, Bonnet G, Bessadet M, Veyrune JL, Hennequin M, Peyron MA, Nicolas E: Stabilization of mandibular complete dentures by four mini implants: Impact on masticatory function. J Dent 2016, 50:43-50.
  45. Achilli A, Tura F, Euwe E: Immediate/early function with tapered implants supporting maxillary and mandibular posterior fixed partial dentures: preliminary results of a prospective multicenter study. J Prosthet Dent 2007, 97(6 Suppl):S52-58.
  46. Eshkoor SA, Hamid TA, Nudin SS, Mun CY: Association between dentures and the rate of falls in dementia. Med Devices (Auckl) 2014, 7:225-230.
  47. Onodera S, Furuya J, Yamamoto H, Tamada Y, Kondo H: Effects of wearing and removing dentures on oropharyngeal motility during swallowing. J Oral Rehabil 2016.
  48. Nazliel HE, Hersek N, Ozbek M, Karaagaoglu E: Oral health status in a group of the elderly population residing at home. Gerodontology 2012, 29(2):e761-767.
  49. Murakami M, Hirano H, Watanabe Y, Sakai K, Kim H, Katakura A: Relationship between chewing ability and sarcopenia in Japanese community-dwelling older adults. Geriatr Gerontol Int 2015, 15(8):1007-1012.
  50. Syrjala AM, Pussinen PI, Komulainen K, Nykanen I, Knuuttila M, Ruoppi P, Hartikainen S, Sulkava R, Ylostalo P: Salivary flow rate and risk of malnutrition – a study among dentate, community-dwelling older people. Gerodontology 2013, 30(4):270-275.
  51. Glenny AM, Iheozor-Ejiofor Z: Dysphagia may be a potential risk factor for aspiration pneumonia in frail older people. J Evid Based Dent Pract 2012, 12(4):199-200.
  52. van der Maarel-Wierink CD, Vanobbergen JN, Bronkhorst EM, Schols JM, de Baat C: Meta-analysis of dysphagia and aspiration pneumonia in frail elders. J Dent Res 2011, 90(12):1398-1404.
  53. van der Maarel-Wierink CD, Vanobbergen JN, Bronkhorst EM, Schols JM, de Baat C: Risk factors for aspiration pneumonia in frail older people: a systematic literature review. J Am Med Dir Assoc 2011, 12(5):344-354.
  54. Wada H, Nakajoh K, Satoh-Nakagawa T, Suzuki T, Ohrui T, Arai H, Sasaki H: Risk factors of aspiration pneumonia in Alzheimer’s disease patients. Gerontology 2001, 47(5):271-276.
  55. van der Putten GJ, Brand HS, De Visschere LM, Schols JM, de Baat C: Saliva secretion rate and acidity in a group of physically disabled older care home residents. Odontology 2013, 101(1):108-115.
  56. Poisson P, Laffond T, Campos S, Dupuis V, Bourdel-Marchasson I: Relationships between oral health, dysphagia and undernutrition in hospitalised elderly patients. Gerodontology 2016, 33(2):161-168.
  57. Saarela RK, Soini H, Hiltunen K, Muurinen S, Suominen M, Pitkala K: Dentition status, malnutrition and mortality among older service housing residents. J Nutr Health Aging 2014, 18(1):34-38.
  58. Dauncey MJ: Nutrition, the brain and cognitive decline: insights from epigenetics. Eur J Clin Nutr 2014, 68(11):1179-1185.
  59. Dominguez LJ, Barbagallo M: The relevance of nutrition for the concept of cognitive frailty. Curr Opin Clin Nutr Metab Care 2016.
  60. Gillette Guyonnet S, Abellan Van Kan G, Andrieu S, Barberger Gateau P, Berr C, Bonnefoy M, Dartigues JF, de Groot L, Ferry M, Galan P et al: IANA task force on nutrition and cognitive decline with aging. J Nutr Health Aging 2007, 11(2):132-152.
  61. Guyonnet S, Secher M, Vellas B: Nutrition, Frailty, Cognitive Frailty and Prevention of Disabilities with Aging. Nestle Nutr Inst Workshop Ser 2015, 82:143-152.
  62. Jones BC: Nutrition for Brain Health and Cognitive Performance. Nutr Neurosci 2016, 19(7):327.
  63. Sobow T: Healthy cognitive ageing with a healthier diet and better nutrition? Eur J Clin Nutr 2014, 68(11):1177-1178.
  64. Yamamoto T, Kondo K, Misawa J, Hirai H, Nakade M, Aida J, Kondo N, Kawachi I, Hirata Y: Dental status and incident falls among older Japanese: a prospective cohort study. BMJ Open 2012, 2(4).
  65. Ricci G, Longaray MP, Goncalves RZ, Neto Ada S, Manente M, Barbosa LB: Evaluation of the Mortality Rate One Year after Hip Fracture and Factors Relating to Diminished Survival among Elderly People. Rev Bras Ortop 2012, 47(3):304-309.
  66. Chen H, Iinuma M, Onozuka M, Kubo KY: Chewing Maintains Hippocampus-Dependent Cognitive Function. Int J Med Sci 2015, 12(6):502-509.
  67. Elsig F, Schimmel M, Duvernay E, Giannelli SV, Graf CE, Carlier S, Herrmann FR, Michel JP, Gold G, Zekry D et al: Tooth loss, chewing efficiency and cognitive impairment in geriatric patients. Gerodontology 2015, 32(2):149-156.
  68. Lexomboon D, Trulsson M, Wardh I, Parker MG: Chewing ability and tooth loss: association with cognitive impairment in an elderly population study. J Am Geriatr Soc 2012, 60(10):1951-1956.
  69. Weijenberg RA, Lobbezoo F, Knol DL, Tomassen J, Scherder EJ: Increased masticatory activity and quality of life in elderly persons with dementia–a longitudinal matched cluster randomized single-blind multicenter intervention study. BMC Neurol 2013, 13:26.
  70. Weijenberg RA, Scherder EJ, Lobbezoo F: Mastication for the mind–the relationship between mastication and cognition in ageing and dementia. Neurosci Biobehav Rev 2011, 35(3):483-497.
  71. Wu B, Fillenbaum GG, Plassman BL, Guo L: Association Between Oral Health and Cognitive Status: A Systematic Review. J Am Geriatr Soc 2016, 64(8):1752.

Over dr. Gert-Jan van der Putten
Dr. Gert-Jan van der Putten (1960) is specialist ouderengeneeskunde, kaderarts palliatieve zorg. Hij studeerde Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en volgde de opleiding tot verpleeghuisarts (thans specialist ouderengeneeskunde) aan de Vrije Universiteit. In 2011 promoveerde hij met zijn proefschrift ‘Poor oral health, a potential new geriatric giant. Significant oral health (care) issues in frail older people’. Download hier het proefschrift (pdf). Ten tijde van zijn promotieonderzoek kwam Gert-Jan van der Putten in contact met Corné de Bruijn, oprichter van MondZorgPlus. Samen delen we onze zorg voor structurele mondzorg voor kwetsbare ouderen, om te komen tot levensbestendige duurzame mondzorg.

Top