logo
Bel nu voor een oriënterend gesprek: 088 - 936 63 00 call-to-action

Hoe gaan we in het nieuwe stelsel om met mondzorg?

Het kabinet wil per 1 januari 2015 de nieuwe Wet langdurige zorg (Wlz) invoeren. Deze wet vervangt de huidige Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Dr. Gert-Jan van der Putten over de mogelijke gevolgen die dit met zich meebrengt voor structurele mondzorg aan kwetsbare ouderen.

Al jaren zet dr. Gert-Jan van der Putten, specialist ouderengeneeskunde en gepromoveerd op een onderzoek naar mondzorg bij kwetsbare ouderen, zich in om mondzorg als structureel onderdeel te laten inbedden in de basiszorg voor ouderen. “Feit is dat het nog altijd niet gelukt is om dit onderwerp echt op de kaart te krijgen bij artsen, opleidingen, beleidsmakers én de politiek”, stelt Van der Putten. “In de verpleeghuiszorg is er veel aandacht voor dezelfde issues zoals: doorliggen (decubitus), vallen, ondervoeding en incontinentie, de zogenaamde geriatrische reuzen. Ze worden zo genoemd omdat deze zaken veel voorkomen, vaak een teken is van een onderliggende aandoening en de negatieve invloed op de levenskwaliteit groot is. Er is echter nog een geriatrische reus: slechte mondgezondheid. Er zijn weliswaar richtlijnen voor mondzorg opgesteld, die worden getoetst door de Inspectie voor de Gezondheidszorg, maar die controle spitst zich in praktijk voornamelijk toe op de implementatie van de Richtlijn Mondzorg door onder andere te toetsen op de aanwezigheid van mondzorgplannen en of iemand binnen twee tot zes weken ook door een tandarts wordt gezien. Een ordner in de kast betekent echter nog niet dat er daadwerkelijk wordt gepoetst.”

‘Veel hulpbehoevenden kunnen de verantwoordelijkheid niet aan’

‘Verdwijnen van AWBZ baart me zorgen’
“De vraag is hoe we in het nieuwe stelsel zullen omgaan met mondzorg. Het verdwijnen van de AWBZ en de invoering van de WMO* en Wlz baart me zorgen. De Wlz neemt de AWBZ over, maar het ministerie van VWS stelt dat ouderenzorg in verpleeghuizen mogelijk in de toekomst niet meer onder de Wlz valt, maar bekostigd moet worden vanuit de zorgverzekeraars. Managers en behandelaars van zorginstellingen moeten in de toekomst dus waarschijnlijk contracten gaan afsluiten met zorgverzekeraars en niet meer via het zorgkantoor. Hoeveel aandacht is daarbij voor mondzorg? Daarnaast blijven ouderen langer zelfstandig wonen. De vraag is hoe zij worden bereikt en worden aangespoord om hun gebit goed te onderhouden. De redenatie is dat de tandarts voor iedereen klaar staat en dat het de eigen verantwoordelijkheid van mensen is om een tandarts te bezoeken. Daar maak ik me boos over, want veel hulpbehoevenden – en ook veel mantelzorgers – kunnen die verantwoordelijkheid helemaal niet aan. . Bovendien zijn veel reguliere tandartspraktijken niet goed toegerust op hulpbehoevende, minder mobiele en/of dementerende ouderen. Veel tandartsen vinden het niks: een consult met bijvoorbeeld een dementerende cliënt met gedragsproblemen is ingewikkeld en kost veel tijd. De tandartsen van MondZorgPlus bekommeren zich wel om deze mensen en nemen wél alle tijd die nodig is, maar zijn net als ik nog teveel ‘roependen in de woestijn’.”

Multidisciplinaire samenwerking
“Mondzorg behoort onderdeel te zijn van goede basiszorg. Ik pleit daarom voor een multidisciplinaire samenwerking tussen tandarts en huisarts. Er zou een instrument ontwikkeld moeten worden waarmee mondgerelateerde kwetsbaarheid in kaart kan worden gebracht, om dat vervolgens te implementeren in het geriatric assessment** van de huisarts. om dat vervolgens te implementeren in het geriatric assessment** van de huisarts. Of dat gaat lukken, is helaas de vraag. Op het ministerie van VWS wordt slechte mondzorg nog niet als groot probleem gezien, ouderenbonden zien het probleem nog niet, in opleidingen is er niet voldoende aandacht voor de relatie tussen mondzorg en de algehele gezondheid, artsen beschouwen mondzorg niet tot hun taakgebied en de twee hoogleraren Gerodontologie die ons land rijk was, zijn met emiraat en er zijn geen nieuwe leerstoelen beschikbaar. Het is nog niet duidelijk hoe het nieuwe overheidsbeleid zal uitpakken. Maar gebeurt er niets, dan zullen tienduizenden kwetsbare ouderen hun tanden gaan verliezen en zullen er zelfs mensen onnodig overlijden als gevolg van een slechte mondzorg.”

Positieve ontwikkelingen
Ondanks de grote zorg over slechte mondzorg, ziet dr. Van der Putten voldoende positieve ontwikkelingen. “Mijn onderzoek liet niet alleen zien dat het slecht gesteld is met de mondgezondheid in verpleeghuizen, maar toonde óók aan dat de mondgezondheid van verpleegbewoners sterk kan worden verbeterd. Implementatie van de Richtlijn Mondzorg en scholing en begeleiding van verzorgenden zijn daarbij voorwaarden. Samen met MondzorgPlus is het implementatieplan verder ontwikkeld. We helpen nu zorginstellingen bij het verbeteren van de mondzorg voor hun cliënten; er zijn gelukkig instellingen die er al wel oog voor hebben. Daarnaast blijven we op zoek naar oplossingen die tandartsen, verzorgenden en ook de ouderen zelf helpen om de mondzorg structureel te verbeteren.”

* De Wet langdurige zorg (Wlz) heeft betrekking op zeer kwetsbare patiënten, die recht hebben op passende zorg en verblijf. Deze nieuwe volksverzekering is de opvolger van de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De lichtere zorg wordt gefinancierd vanuit de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo, uit te voeren door gemeenten), door de zorgverzekering of uit private middelen.

** De richtlijn ‘Comprehensive geriatric assessment’ (CGA) is gemaakt door een werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie. Het is de naam voor het uitgebreide onderzoek dat een klinisch geriater uitvoert als een patiënt voor het eerst komt.

Dr. Gert-Jan van der Putten (1960) studeerde Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en volgde de opleiding tot verpleeghuisarts (thans specialist ouderengeneeskunde) aan de Vrije Universiteit. In 2011 promoveerde hij met zijn proefschrift ‘Poor oral health, a potential new geriatric giant. Significant oral health (care) issues in frail older people’. Download hier het proefschrift (pdf). Ten tijde van zijn promotieonderzoek kwam Gert-Jan van der Putten in contact met Corné de Bruijn, oprichter van MondZorgPlus. Samen delen we onze zorg voor structurele mondzorg voor kwetsbare ouderen, om te komen tot levensbestendige duurzame mondzorg.

Wilt u reageren?
Neemt u dan contact op met MondZorgPlus, telefoon +31 (0)162 – 67 70 76 of mail: info@mondzorgplus.nl

Top