logo
Bel nu voor een oriënterend gesprek: 088 - 936 63 00 call-to-action

‘Artsen en tandartsen-geriatrie: zoek elkaar op’

Ten tijde van zijn promotieonderzoek (zie kader) kwam dr. Gert-Jan van der Putten in contact met MondZorgPlus. Samen spannen we ons al jaren in voor structurele mondzorg voor kwetsbare ouderen, om te komen tot levensbestendige, duurzame mondzorg.
We vroegen Gert-Jan van der Putten hoe het op dit ogenblik gesteld is met mondzorg voor deze doelgroep. En vroegen hoe het mondzorgteam (beter) kan integreren in het multidisciplinair behandelteam.

“In 2011 besteedde dagblad De Gelderlander aandacht aan mijn promotieonderzoek”, zo blikt Gert-Jan van der Putten terug. “Het trok de aandacht van het ministerie van VWS en dat leidde tot strengere controles door de Inspectie van de Gezondheidszorg (IGZ). In 2013 bezocht de IGZ 29 verpleeghuizen; 27 van hen voldeden niet aan de normen voor goede mondzorg. Sindsdien is er gelukkig al veel veranderd. Er is in het hele land geen verpleeghuis meer te vinden dat géén samenwerking heeft met een tandarts; vóór 2013 was dat helaas geen vanzelfsprekendheid.”

Positieve ontwikkelingen
Van der Putten signaleert nog meer belangrijke en positieve ontwikkelingen. Zo kwamen er nieuwe leerstoelen: op het Radboudumc te Nijmegen is er de leerstoel ‘Kwaliteit en veiligheid van de mondzorg’ en aan Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) kwam op initiatief van KNMT de leerstoel ‘Kwaliteit van mondzorg in de praktijk’. Daarnaast komt er binnenkort waarschijnlijk een leerstoel Gerodontologie die zal worden gefinancierd door het Ivoren Kruis. Er is in de sector veel aandacht voor innovatieve toepassingen, zoals teledentistry, wat ten goede kan komen aan de toegankelijkheid en kwaliteit van de mondzorg voor kwetsbare, zorgafhankelijke ouderen.
Ook is er een kwaliteitsinstituut Mondzorg (KiMo) opgericht, met de opdracht meer richtlijnen te ontwikkelen. “De komende jaren wordt er gewerkt aan het ontwikkelen van een richtlijn kwetsbare ouderen in de eerste lijn, richtlijn polyfarmacie en een richtlijn cervicale caries. Binnen de sector wordt bovendien het initiatief genomen om een gezamenlijke onderzoeksagenda Mondzorg voor (kwetsbare) ouderen op te stellen. Dat is allemaal goed nieuws”, aldus Van der Putten. “In 2012 stelde de Gezondheidsraad in het rapport ‘De Mondzorg van Morgen’ al vast dat onderzoek naar de gezondheidsuitkomsten van mondzorg schaars is. Er zijn feitelijk in de mondzorg nauwelijks kwaliteitsindicatoren beschikbaar om te meten wat goede tandheelkundige zorg is. Er moet op dat gebied nog heel veel werk verzet worden.” Dolgraag zou Van der Putten onderzoek gaan doen naar het directe verband tussen de mondgezondheid en de algehele gezondheid. “Er is nooit aangetoond wat het directe verband is tussen mondgezondheid en hart- en vaatziekten”, licht hij toe. “Als je data van tandartsen en huisartsen slim kunt koppelen en mensen dus gedurende het leven kunt volgen, zijn er mogelijk wel directe verbanden te leggen. Het is mijn droom om dit tot stand te brengen. Dergelijk onderzoek zal ook bijdragen aan de samenwerking tussen huisarts en tandarts en dus zorgen voor een betere behandeling.”

‘Als je mensen lange tijd volgt, zijn er mogelijk directe verbanden te leggen tussen
de mondgezondheid en algehele gezondheid’

Meer aandacht
Gelukkig komt er binnen de geneeskunde steeds meer specifieke aandacht voor mond- en tandzorg, zo stelt Van der Putten vast. “Ik zie het thema steeds meer op congressen over gerontologie en geriatrie”, noemt hij als voorbeeld. “En binnen het nieuwe NPO (Nationaal Programma Ouderenzorg), Memorabel genoemd, is er nu ook aandacht voor mondzorg.” Toch constateert hij tegelijkertijd dat het in de praktijk nog schort aan integratie van mondzorg in de gehele zorg. “De Richtlijn Mondzorg voor zorgafhankelijke cliënten stelt dat er voor iedere cliënt een mondzorgplan moet worden opgesteld, geïntegreerd in het algehele zorgplan. In praktijk gebeurt het niet altijd.”

Multidisciplinair overleg (MDO)
Op de werkvloer horen wij geregeld dat er meer overleg moet plaatsvinden tussen zorgmedewerkers, paramedici, artsen en mondzorgverleners, met meer aandacht voor elkaars expertise. ‘De tandarts en zijn assistente maken te weinig deel uit van het gehele behandelteam’. ‘Ik zie vaak pas achteraf wat er in de mond gebeurd is’. ‘Het mondzorgplan wordt door de verzorging niet gelezen’, zo horen we zo nu en dan. Hoe lossen we dit op, hoe zorgen we samen voor een betere integratie van het mondzorgteam in het (para)medische team?
“Het ís ook ingewikkeld,” bevestigt Van der Putten. “Stel dat een cliënt een probleem heeft met voedingsinname. Eigenlijk zou het behandelteam dan een mondzorgverlener moeten inschakelen en laten participeren in het MDO. De vraag is echter wie de kosten van diens inzet tijdens het MDO betaalt. De preventie-assistent of mondhygiënist is immers niet altijd in dienst van de zorginstelling. In veel gevallen is hij/zij in dienst van de tandarts. Deelname aan een multidisciplinair overleg is sowieso niet declarabel. Ja, dat is opmerkelijk. Voorts hebben we te maken met WLZ-cliënten met en zonder indicatie voor behandeling, wel en niet aanvullend voor tandheelkundige zorg verzekerd. Eén ding is zeker: een zorginstelling zal niet betalen voor deze kosten, want er moeten onder druk van kleine budgetten keuzes worden gemaakt. Dat maakt dat een oplossing voor een goede integratie van mondzorg in de algehele zorg ver weg lijkt.”

Samenwerking
Ondanks het sombere geluid dat doorklinkt in het laatste deel van zijn betoog, doet Van der Putten artsen een even eenvoudige als bruikbare aanbeveling. “Zoek elkaar op!” Hij licht toe: “Er zijn collega-artsen die nooit een tandarts de hand hebben geschud. Terwijl het logisch zou zijn als er meer contact is, want de specialist ouderen-geneeskunde is wel eindverantwoordelijk voor de algemene gezondheid van een cliënt. Artsen en tandartsen(-geriatrie): als u last heeft van gebrekkig contact, drink een kop koffie en verdiep je in de ander. Zo groeit het respect naar elkaar toe. Zorg dat een tandarts(-geriatrie) minstens eens per jaar aansluit bij het artsenoverleg, met de samenwerking als thema. Stem goed met elkaar af op welke wijze je elkaar informeert. Ik heb de afgelopen jaren geleerd dat een goede mondgezondheid bijdraagt aan de algehele gezondheid én het welzijn en de waardigheid van kwetsbare mensen. Voor veel mensen is het gebit ontzettend belangrijk. Het is belangrijk dat we ons dat blijven realiseren.”

Over dr. Gert-Jan van der Putten
Dr. Gert-Jan van der Putten (1960) studeerde Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en volgde de opleiding tot verpleeghuisarts (thans specialist ouderengeneeskunde) aan de Vrije Universiteit. In 2011 promoveerde hij met zijn proefschrift ‘Poor oral health, a potential new geriatric giant. Significant oral health (care) issues in frail older people’. Ten tijde van zijn promotieonderzoek kwam Gert-Jan van der Putten in contact met Corné de Bruijn, oprichter van MondZorgPlus. Samen delen we onze zorg voor structurele mondzorg voor kwetsbare ouderen, om te komen tot levensbestendige duurzame mondzorg.
Gert-Jan van der Putten is werkzaam als specialist ouderengeneeskunde en kaderarts palliatieve zorg bij Amaris Zorggroep (Gooi & Vechtstreek / Eemland). Hij is tevens gastdocent bij verschillende Universiteiten en Hogescholen en als senior wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het Radboudumc, afdeling Orale Functieleer te Nijmegen.

Top